Home » Preekarchief » Preken 2021 » Overweging vijfde zondag door het jaar

Overweging vijfde zondag door het jaar

Moet de mens niet zwoegen op aarde, dagen maken van een dagloner?

6 en 7 februari 2021 

Schriftlezingen: (Job 7,1-4.6-7; 1 Kor. 9,16-19.22-23 en Mc. 1,29-39)(B)

Het is niet meteen een twee drie een opwekkend gebeuren in de lezingen van deze zondag. Er wordt ons door Job in de eerste lezing een somber beeld geschetst over een mensenleven. De mens is sterfelijk, vergankelijk, vandaag of morgen kan hij geknakt worden als een verlepte bloem. Sommige mensen vrezen onwaardig lijden. En Job vertolkt vooral dat gevoel, die vrees. Hij verwoordt de universele klacht van de mensheid: ‘Moet de mens niet zwoegen op aarde, dagen maken van een dagloner? Mijn dagen verschieten sneller dan een weversspoel, ze lopen af, de draad is ten einde’.

Dat betekent dus dat het leven voor veel mensen vooral aan komt op hard werken, zwoegen, ploeteren en dat je vooral moet genieten van de mooie momenten die je worden gegeven. Een groot deel is je een weg banen in het donker. En dat donker is soms daadwerkelijk tastbaar in het verdriet of in de ellende die je kunnen overkomen. Heb ik soms iets fout gedaan, denken mensen dan. Word ik soms door God gestraft voor wat ik gedaan heb? Neen, de God van de Bijbel, is een God die de ellende van zijn volk gezien heeft en die is afgedaald om hen te bevrijden. Denk maar aan Mozes die het joodse volk door de woestijn naar het Beloofde Land leidde. En ook daar was het veertig jaar lang zweten, ploeteren, volhouden en waren er vele momenten van vertwijfeling (konden we maar terug naar de vleespotten van Egypte), maar uiteindelijk bereikten ze het Land van de Belofte, het land van melk en honing.

Maar zover is het voor ons nog lang niet. Het echte werk, het echte leven kunnen we zien als een redelijk jong echtpaar afscheid moet nemen van hun zoon van 28 en als zijn zus probeert haar In Memoriam uit te spreken. Het echte werk kunnen we zien als er verdronken vluchtelingen aanspoelen. Het echte werk kunnen we zien in de wereldwijde COVID-19 crisis. Dan zie je mensen die de grip op hun leven helemaal kwijt zijn en overgeleverd zijn aan de medische wereld met zijn bureaucratie en dan zie je ook hoe eenzaam en hulpbehoevend mensen kunnen zijn. Ooit ging het allemaal prima, redden zij zich wel, maar in de loop der jaren tuimelden ze van ongeluk in ongeluk. En moeten ze het nu met hun gammele krachten zien vol te houden.

Het echte werk kunnen we zien als je zelf door COVID of door een andere bekende ziekte wordt getroffen. En naarmate we ouder worden, wordt de kans een van deze ziektes te treffen alleen maar groter. En aan het eind van ons leven blijft er niet zoveel over, allerlei zaken verliezen hun belang: een mooie verre reis, een gouden armband, een slee van een auto, het kan je niet meer bekoren. Maar de liefde blijft. Wat kun je dankbaar zijn als er op het moment dat je deze aarde moet verlaten iemand is die naast je staat, die je hand vasthoudt, die er voor je is. Liefde maakt heel veel pijn en moeite goed.

Want dat is het mooie van lijden: je kunt er als gezond mens nu al wat aan doen. Je kunt er nu al je handen naar uitsteken. Nu al kun je er je handen aan vuil maken, nu al kun je met je handen wegdragen de last van de lijdende. Je kunt zelf een helpende, troostende hand zijn. Op dit moment. Nu.

‘En God? Waar was God al die tijd?’ stellen mensen de vraag. Ja, God was niet altijd meteen en direct aanwezig. Het bidden van de psalmen brengt Hem niet altijd en overal aan het licht. Je kunt Hem niet ontmoeten op commando. Maar toch, toch laat Hij zich soms heel even zien en zijn er woorden, gebeden of zinnen waarin God heel even een mensenhart hart raakt en troost.

De evangelielezing toont ons dat Jezus metterdaad met mensen begaan is. En dat God een op menselijkheid bedachte God is, die dus van de mensen houdt. Dat zien we in het huisje van de schoonmoeder van Petrus en dat zien we toen mensen van allerlei slag die aan allerhande ziekten en kwalen leden naar Hem toekwamen om genezen te worden. En een intense gedrevenheid stuwde Hem voort om ook in de dorpen in de omtrek te laten zien dat Hij op liefdevolle wijze met mensen begaan is.

Dat Hij de Messias is, degene die van Godswege een eind zal maken aan het domein van de boze geesten, aan het domein van het lijden. Maar om dat te doen moest Hij eerst zelf als een bloem worden geknakt. Door zelf het lijden aan te gaan zou Jezus laten zien dat het lijden niet uitzichtloos is, maar uitzicht geeft op iets nieuws, op een koninkrijk van verliezers, van mensen die geleden hebben, op een processie waarin mensen zonder krukken en rolstoelen wandelen naar het licht.
Amen.

Amen.
© 2021 Sandor Koppers