Home » Preekarchief » Preken 2021 » Overweging vijfde zondag van de veertigdagentijd

Overweging vijfde zondag van de veertigdagentijd

De gelijkenis die Jezus vandaag vertelt is behoorlijk verontrustend.

20/21 maart 2021

Schriftlezingen:(Jer. 31,31-34; Heb. 5,7-9 en Joh. 12,20-33)(B) 

Hij moet er doorheen, door lijden en dood heen. Op dat punt zijn wij nu zo’n beetje aangekomen op deze vijfde zondag van de veertigdagentijd. En het net zal zich steeds meer rond Jezus sluiten. Het zijn vandaag een paar Grieken die Filippus aanspreken met de vraag of zij Jezus kunnen spreken. Er gingen tenslotte allerlei wilde verhalen over Hem in het rond. En samen met Andreas legt Filippus deze vraag aan Jezus voor. En Jezus antwoordt dan niet ‘Laat maar komen’, maar dat ‘het uur is gekomen’. Het uur is gekomen, het beslissende moment in zijn leven.

Dat de religieuze leiders in Jeruzalem Hem uit de weg wilden ruimen, dat wist Hij wel. Zijn leerlingen hadden Hem daarvoor al gewaarschuwd: ‘Ga niet naar Jeruzalem, want ze zoeken U te doden’. Jezus staat dus voor een moeilijke keuze. Blijft Hij trouw aan zijn taak of kiest Hij het hazenpad. Daarover is Hij verward, angstig en in tweestrijd. De trouw aan de zaak van God kost Jezus dus met andere woorden strijd, net als het ons strijd kost. Maar zijn overgave in liefde tot het uiterste wordt ook bevestigd en bekrachtigd, want net als in het verhaal van de Gedaanteverandering klinkt er ook nu een stem uit de hemel: ‘Ik heb Hem verheerlijkt en zal Hem wederom verheerlijken’. Hij is op de goede weg.

En wat is die weg? Dat is de weg van het kruis. De kruisweg. En het bizarre daarvan is dat je leven vinden, je leven geven is. Vandaar dat Jezus aan Filppus en Andreas voor de Grieken dit antwoord meegeeft: ‘Als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft hij alleen; maar als hij sterft, brengt hij veel vruchten voort’.

Wie het echt snapt, mag het zeggen. Het wordt in ieder geval duidelijk dat voor Jezus om te beginnen geen rol weggelegd is als triomfator. Neen, lijdende dienstknecht zal Hij zijn. Vandaar het kruis. En daarom ook dat Jezus zich, toen het volk Hem in Jeruzalem wilde toejuichen, op een ezel had gehesen, en niet op een paard, het dier van een overwinnaar. En nu de Grieken zich melden, nu is zijn uur echt gekomen: de heidenen komen naar Hem toe. Het leven dat Hij straks zal geven, draagt nu al vrucht. Zijn levensgeheim wordt nu al verstaan, niet alleen door de allernaasten, maar ook door mensen van ver. En dat zal om zich heen grijpen in de wereld. Hij kan nu heengaan, want wat Hij begon, zal doorgang vinden. Tot in onze dagen. Tot in onze dagen raken mensen in de ban van het levensgeheim van Jezus. En dat is een geheim door lijden en dood heen. Door de school van het lijden zal Jezus gaan, hoewel Hij Gods Zoon was, en in die harde leerschool zal Hij gehoorzaamheid en trouw leren, gehoorzaamheid aan de liefde leren.

Wat is de weg die wij moeten gaan? Naast een weg van geluk is het voor ons ook een weg van verlies, van lijden, een lijdensweg. En op die weg redden we het niet met alleen geboden en verboden, met woorden gebeiteld in steen of plechtig geschreven op perkament of papier, met dat alles komen wij er niet. Het gaat altijd ook en overal om de ongeschreven wet van het hart. Hoor Jeremia, profeet van de eerste lezing: ‘Ik leg mijn wet in hun binnenste, Ik grif ze in hun hart’. God zal zijn wet van liefde in het binnenste van de mens schrijven. In het hart van de mens. Daar zetelen de wil, het geweten en de besluitvorming van de mens. Daar zetelt de liefde! Hierdoor zal de mens niet meer aan God gehoorzamen omdat dit door uiterlijke regels gevraagd wordt, maar omdat hij dat zelf wil, als van nature, van binnenuit, van harte.
Er zullen dan geen barrières meer bestaan tussen God en zijn volk, Hij zal hun God, zij zullen zijn volk zijn. Deze profetie van Jeremia is nog lang niet overal en altijd gerealiseerd. Het blijft een visioen van hoop, ook voor ons vandaag.

Maar heel af en toe ben je er getuige van dat mensen dat wel geleerd lijken te hebben. Door lijden en dood heen ontdekken ze waar het werkelijk om draait. Zoals een man die helemaal vol was van voetbal. Hij kon geen wedstrijd van zijn favoriete club missen en zelfs wat hij zei ging meestal over voetbal. Een betrokken supporter, zullen we maar zeggen. Toen werd hij ziek, ernstig ziek en op een gegeven moment kwam hij helemaal op bed te liggen. Zijn vrouw wilde hem toen nog eenmaal een mooie avond bezorgen, dus nog eenmaal naar zijn cluppie laten kijken. Met veel moeite sleepte zij hem voor de TV. Maar al na enkele minuten vroeg hij om dat ding maar weer uit te doen. Hij had geen interesse meer en het had geen belang meer voor hem. Hij ontdekte dat er belangrijkere dingen waren en dat hij daar zijn aandacht op moest vestigen. In het uur van zijn dood ontdekte hij dat het gaat om de liefde.

Voor Jezus ligt de hoogste prioriteit bij zijn uur, bij zijn taak: bij de verlossing van de mensen. Want als Jezus het over zijn uur heeft, heeft Hij het over het lijden, sterven én verrijzen, waardoor Hij ons verlost. Daar ligt zijn hoogste prioriteit, al moet Hij daarvoor in menselijk opzicht sterven. Maar daar moet Hij doorheen, door lijden en dood heen, zoals de graankorrel diep in de aarde moet sterven om opnieuw te gaan leven. Het is bijna te voelen. Hij, verborgen in de aarde, en wij die weten van zijn liefde: de zegen op het hoofd van de bezetene, de aanraking van de verlamde, zijn speeksel op de ogen van de blinde. God raakt ons door Jezus aan en wij komen daardoor midden in de dood tot leven. Het geeft ons midden in de dood, midden in het lijden kracht en troost. En dan is ons hart niet meer angstig om het leven vast te houden, maar juist bereid om zich te geven, zich weg te schenken en daardoor vruchtbaar te worden.

Amen.
© 2021 Sandor Koppers