Home » Preekarchief » Preken 2021 » Overweging zesde zondag door het jaar

Overweging zesde zondag door het jaar

In de Bijbel is ziekte en in het bijzonder melaatsheid, vaak een beeld van de zonde van de mens.

14 februari 2021 

Schriftlezingen: (Lev. 13,1-2.45-46; 1 Kor. 10,31-11,1 en Mc. 1,40-45)(B)

Wij leven in een gezondheidscultuur. Gezondheid is heel belangrijk voor ons. Hoe vaak zeggen we niet tegen elkaar: ‘Als je maar gezond blijft’ of ‘Ik wens jou een goede gezondheid!’. En we hebben er veel voor over om gezond te blijven. We sporten, lijnen, en doen aan mindfulness en yoga om maar gezond te blijven van lichaam en geest. Maar het summum van onze focus op gezondheid is natuurlijk de coronapandemie. De 1,5 meter maatschappij en avondklok en lockdown; ze zijn allemaal gericht op onze gezondheid.

Gezond zijn of ziek zijn, ze bestaan nu eenmaal in ons leven, we hebben ermee te maken of we het leuk vinden of niet. In de Bijbel is ziekte en in het bijzonder melaatsheid, vaak een beeld van de zonde van de mens. Vandaar ook dat de priesters in de tempel zo’n belangrijke rol hebben: zij moeten de reiniging van de zonden vaststellen. Jezus geeft echter duidelijk aan dat lijden en ziekte geen straf van God zijn. Ze overkomen de mens. Maar Hij heeft wel de macht om zonden te vergeven en om zieken te genezen. U kent waarschijnlijk wel het evangelie van de lamme man die door het dak wordt neergelaten tot voor de voeten van Jezus, die dan tot die lamme zegt: ‘Uw zonden zijn U vergeven’, en dan als teken dat Hij die macht heeft, wordt de man genezen: ‘Neem uw bed op en wandel’. Ook hier gebeurt zoiets: de melaatse man vraagt niet of hij beter mag worden, hij vraagt om gereinigd te mogen worden en Jezus raakt hem even aan en zegt: ‘ik wil, word rein’.

Die woorden over reinigen en rein worden geven aan dat je gezuiverd wordt en ze roepen de gedachte aan de zonde op. Als de melaatse man genezen is, kan hij namelijk weer onder de mensen komen, hij wordt teruggebracht naar de gemeenschap om mens met en voor andere mensen te zijn. Voor die tijd moest hij op eenzame plaatsen verblijven, buiten het contact met andere mensen vanwege zijn besmettelijke ziekte. Hij moest in quarantaine gaan en blijven. Maar nu de melaatse man genezen is, neemt Jezus als het ware zijn ziekte over: Jezus zelf wordt als het ware melaats en moet op eenzame plaatsen verblijven. In feite wordt daarbij gedacht aan de zonde: ‘Hij heeft al onze zonden op zich genomen’.

Ook hier zit voor ons een soort boodschap in: je gezondheid is belangrijk, maar belangrijker nog dan je lichamelijke gezondheid is je geestelijke gezondheid, dat je geen zonde doet, maar een goed mens probeert te zijn en goed op je leven kunt terugkijken of een nieuw begin hebt gemaakt en ook die woorden hoort: ‘Je zonden zijn je vergeven’. Of zoals vandaag: ‘Ik wil, word rein’. Het zijn woorden die tot ons worden gezegd bij het doopsel en in de biecht.

En ja, wat kun je allemaal over God zeggen? Hoe moet je Hem benaderen? Voor het joodse volk waren een aantal dingen duidelijk. Wie niet rein was, kon bijvoorbeeld niet aan het offer deelnemen. Voor het offeren moest je dus een bepaalde gesteldheid hebben. Had je het een of ander op je kerfstok, dan was je niet rein. Was je ziek of had je een huidziekte, dan was je niet rein. Contact met bepaalde dieren maakte je ook onrein, was je in aanraking met bloed geweest of had je een dode aangeraakt, dan kon je ook niet offeren. En al die dingen stonden allemaal in de Tora opgesomd, tot in detail. En een keer per jaar op het feest van Yom Kippur, het feest van de Grote Verzoendag, werden alle zonden en onreinheden van het volk symbolisch op een bokje geladen, en dat bokje werd vervolgens geofferd. En dan was het hele volk weer rein gemaakt voor de eredienst.

Ook wij hebben ons Yom Kippur, onze Grote Verzoendag, namelijk Goede Vrijdag, de dag waarop Jezus als Lam van God alle zonden en onreinheden van de wereld op zich nam, om alle mensen voor eens en voor altijd met God te verzoenen. En die verzoening, dat offer, werd een dag later, met Pasen door de Vader, door God, aanvaard in de verrijzenis van zijn Zoon Jezus. Voor eens en voor altijd. En in elke eucharistieviering, waar ter wereld ook, wordt dit offer én de aanvaarding van dit offer, present gesteld, gevierd en beleefd. En wij delen in dat offer van Jezus, in zijn zelfgave aan het kruis, en in zijn verrijzenis uit de dood door deel te nemen aan de Communie. Maar ja, dat doe je natuurlijk niet zomaar. Om te beginnen moet je gedoopt zijn, oftewel de reiniging van het doopwater hebben ondergaan. En als je tijdens je leven een scheve schaats hebt gereden en het nodige vuil hebt verzameld is er het voetenbad van de biecht. Dat is zeg maar in het groot om voorbereid te zijn op de ontmoeting met God.

Maar in het klein wordt ons ook gevraagd om rein voor God te treden, zowel moreel als lichamelijk. Hier in deze eucharistieviering door bijvoorbeeld een uur voor de Communie niet meer te eten en te drinken. Wij nemen dus geen koffie met gebak mee in de kerkbanken. Maar vooral worden wij geacht ons geestelijk voor te bereiden op de ontmoeting die aanstaande is. Vandaar de schuldbelijdenis aan het begin van deze viering: deze drukt ons meteen met de neus op de feiten, door ons op te roepen ons bewust te worden van ons schuldig tekort. Vervolgens horen we God spreken in de lezingen die nader worden uitgelegd in de verkondiging. De voorganger wast zijn handen tijdens de offerande, voordat hij het grote dankgebed begint. En tot vlak voor de Communie blijft de gelovige zich bewust van zijn gebrokenheid wanneer hij bidt ‘Heer, ik ben niet waardig dat Gij tot mij komt, maar spreek en ik zal gezond (rein) worden’.

Telkens weer wordt ons dus gevraagd om het oude dat ons besmeurd heeft en vuil heeft gemaakt, om dat oude af te spoelen, achter ons te laten. Als wij tenminste ooit dat leven bij God willen binnengaan. Dat kunnen wij niet alleen. Daar hebben we elkaars hulp bij nodig hier in deze viering. Maar ook zijn hulp om ons rein te maken, ons klaar te maken van binnen en van buiten. Om zo ons voor te bereiden op die uiteindelijke ontmoeting met Hem als wij onze ogen sluiten en voor de hemelpoort staan. Dat zal een ontmoeting zijn die elk voorstellingsvermogen zal overstijgen, die elke fantasie zal tarten. En wij kunnen ons nu op dit moment daar al op voorbereiden door zoveel mogelijk te lijken op Jezus, zijn Zoon en door de wil van de Vader te doen.

Amen.
© 2021 Sandor Koppers