Home » Posts tagged 'preek'

Tag Archive


aanmelden actie allerzielen bedevaart bijbel Caritas catechese catechismus city singers collecte Concilie creatief cursus diaconie diner Eerste Communie encycliek evenement Francisicus freedom fusie gebedskaart geloof gerarduskalender gezinsviering heilig hart hemelvaart huwelijk informatie jongeren jubileum kerkbouw kersthappening Kerstmis kerstspel koren kruis kruisweg leesrooster lichtboog lichtpuntje luminoso parochieraad pasen preek

Overweging 32e zondag door het jaar C

Het Malieveld in Den Haag meerdere keren helemaal vol gestaan met boze mensen

17 november 2019

Lc. 21,5-19

Schriftlezingen: Mal. 3,19-20a en Lc. 21,5-19

De afgelopen weken heeft het Malieveld in Den Haag meerdere keren helemaal vol gestaan met boze boeren, bouwers en aannemers, met leraren en met verpleegkundigen. Met name het boerenprotest heeft toch wel indruk gemaakt, alleen al door de gigantische files die zij veroorzaakten. De stikstofnormen en pfasnormen zijn inmiddels bekende begrippen geworden voor de gemiddelde Nederlander. Onder andere omdat er een zweem van onheil en einde der tijden omheen cirkelt. De opwarming van de aarde, de smeltende ijskappen op Groenland en de geweldige watervloed in Venetië, alles blijkt met elkaar te maken te hebben en de mensheid heeft er nauwelijks nog vat op. Ja, de maximum snelheid gaat terug naar 100, heel vervelend voor sommige automobilisten, maar de grote klapper moet nog komen en zal door iedereen gevoeld worden.

En het leek zo mooi. Elk jaar 3% economische groei. Nederland als nummer twee wereldvoedselexporteur dankzij een zeer concurrerende bio-industrie, we mochten 130 kilometer per uur rijden en huizen bouwen voor de groeiende bevolking. Het kon niet op. De energiebehoefte stijgt ook van jaar tot jaar. Ja, het was een prachtig gezicht.

Ja, het was een prachtig gezicht in Jeruzalem op die stralende dag. Iemand in het gezelschap rondom Jezus wees naar de tempel en zei: ‘Wat een prachtig gezicht’. Inderdaad was het een prachtig gezicht en genoot iedereen ervan. Net als wij kunnen genieten van ons leven en van onze omgeving en van alles wat wij met eigen handen na de Tweede Wereldoorlog hier tot stand hebben gebracht. Dat hebben we toch maar mooi gedaan, zeiden zij tegen Jezus en zeggen wij tegen elkaar. Nederland was leeggeroofd en failliet bij de bevrijding 75 jaar geleden en door hard werken en niet zeuren zijn we er weer helemaal bovenop gekomen en horen we bij de 15 grootste economieën van de wereld.

En dan is er een Raad van State en een Europese rechter die plotseling roet in het eten gooien en alles en iedereen even tot de orde roepen of komt er een spelbreker in de persoon van Jezus die ons een wereld van oorlogen, natuurrampen en hongersnood voorhoudt, waarbij zijn toehoorders persoonlijk ook nog een flinke prijs zullen moeten gaan betalen. Wat een schok! Wat een koude douche! Ging het net zo lekker en krijgen we dit.

U merkt de parallellen liggen voor het oprapen. En we gaan nog even door. Want wat moeten we nu doen? Onze kop in het zand steken en wachten tot de storm gaat liggen? Of als een kip zonder kop in het wilde weg maatregelen nemen in paniek raken en alles en iedereen bang maken? Of moeten we onze toevlucht zoeken bij sterke mannen die alle problemen wel even zullen gaan fixen? Dan is het weg met de nuance.

‘Stop je oren dicht voor zulke stemmen’, houdt Jezus iedereen voor. De zekerheden en oplossingen die zij bieden zijn schijnzekerheden en schijnoplossingen. Ze leiden alleen maar tot groter onheil. Als in een film die versneld wordt afgedraaid, laat Jezus de verschrikkingen zien die in de wereld plaatsvinden. Die ons ook persoonlijk kunnen overkomen. Zelfs door onze medemensen. Als op die manier al onze zekerheden uit handen worden geslagen, ja, dan kunnen we de diep ontroerende, kostbare ontdekking doen, dat God, dat Jezus uiteindelijk onze grootste en enige zekerheid is. We moeten dus niet in paniek raken of afhaken in tijden van nood. Maar ons verstand blijven gebruiken, luisteren naar deskundige mensen, naar wijze mensen en dan rustig de maatregelen nemen die nodig zijn.
En daarbij tot het uiterste trouw proberen te blijven. Hij laat ons niet in de steek. Hij is ons altijd nabij. Maar wij zien dat vaak pas achteraf. ‘Geen haar van je hoofd zal verloren gaan’, belooft Jezus ons. Dat is natuurlijk geen levensverzekering dat je nooit tegenspoed of verlies te verwerken krijgt. We maken soms grote beproevingen door. Maar wat een wonder, wanneer je daarin én aan het eind ontdekt dat je kern niet is aangetast en dat je in een bepaald opzicht meer mens bent geworden. Omdat je nog meer de zekerheid hebt dat je als mens een kind van God bent en altijd blijft.

Net als in de tijd van Jezus kijken mensen om zich heen en zijn ze onder de indruk van wat tot stand is gebracht. Heel begrijpelijk dromen we dan dat het altijd zo blijft. Maar je hoeft geen aangeboren pessimist te zijn om te begrijpen dat vooruitgang ook zijn grenzen kent en dat er ooit een andere tijd aanbreekt. Investeer daarom ook altijd in diepgang. Diepgang is nodig om op een verantwoorde wijze om te kunnen gaan met de vooruitgang. En diepgang is zorgen dat we niet alle rust en vertrouwen verliezen als aardse zekerheden wankelen of uit handen worden geslagen. Jezus roept ons ertoe op te groeien in geloof en in hoop en in liefde. Dan zullen we ervaren dat zoals Hij belooft ‘geen haar op ons hoofd gekrenkt wordt’, maar we zullen ook ontdekken dat het waar is wat Hij belooft heeft toen Hij zei: ‘Ik zal u een taal en een wijsheid geven die geen van uw tegenstanders zal kunnen weerstaan’. Het zijn namelijk juist de mensen met diepgang en wijsheid en een diep geworteld vertrouwen en geloof in God die in tijden van nood veel betekenen voor hun omgeving en voor de samenleving.

Aan ons als christenen een bijzondere oproep om te blijven groeien in geloof en vertrouwen. Vroeg of laat zullen we daar niet alleen voor onszelf blij om zijn, maar ook anderen zullen ons danken dat we het geloof hebben bewaard als bron van hoop en uitzicht op God en zijn koninkrijk.

Amen.
© 2019 Sandor Koppers

Overweging 32e zondag door het jaar C

Het leven na de dood is geen voortzetting van het aardse leven

10 oktober 2019
Schriftlezingen: 2 Makk. 7,1-2.9-14 en Lc. 20,27-38

Het leven na de dood is geen voortzetting van het aardse leven. Punt. Zo val ik met de deur in huis. Maar bijna aan het eind van het kerkelijk jaar zijn we met Jezus aangekomen in Jeruzalem. Het doel van zijn reis. En de spanning is om te snijden. Jezus heeft een hoogoplopende discussie over een leven na de dood. De Sadduceeën, met wie Jezus in gesprek is, geloven niet in de verrijzenis. Dat was maar moderne onzin. Mozes had daar volgens hen nooit iets over gezegd en wie er na Mozes wat over gezegd had, daar hadden zij niets mee te maken. Trouwens, zeiden zij, het kan ook helemaal niet. Want stel je voor dat het waar is en een vrouw zou zeven keer getrouwd zijn geweest, dan zouden er bijzonder ingewikkelde toestanden ontstaan in de hemel. Want dan zou zij in de hemel zeven mannen moeten hebben! Ze is met alle zeven getrouw geweest.

En dan zegt Jezus: het leven na de dood is geen voortzetting van het aardse leven. Het eeuwig leven gaat ieder voorstellingsvermogen te boven. En wat je erover zegt, is mensentaal en zijn mensenbeelden. Het enige dat je er wel over mag zeggen refereert aan de woorden waarmee God zich aan Mozes had voorgesteld. Toen maakte God zich namelijk bekend als ‘de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob’. Dus met andere woorden stelde God zich aan Mozes voor als een God die een relatie had met Abraham, Isaak en Jakob. Een relatie! Een relatie veronderstelt een band. Een vriendschapsband of een liefdesband. Dat impliceert dus ook een vriendschapsband of liefdesband met u en met mij. En zoals die aartsvaders allang gestorven waren op het moment dat God zich aan Mozes voorstelde, betekent deze uitspraak ook dat deze God Abraham, Isaak en Jakob niet vergeten had of had laten verdwijnen, maar nog steeds in zijn hart droeg, bij zich had in de hemel. Dat gaf Mozes het vertrouwen dat God ook hem in zijn hart droeg en niet los zou laten. En doorredenerend ook u en mij niet los zal laten, zelfs niet als wij dood gaan of dood zijn. En hier liet Jezus het bij. Hij maakte er niet meer woorden aan vuil.

Maar ja, wij zijn maar mensen en hebben het soms moeilijk in ons leven. We worden soms getroffen door vreselijke dingen. Nare ziektes, verschrikkelijke ongelukken, tragische incidenten. En soms doen andere mensen dat ons aan. Meestal op kleine schaal, maar elke tijd heeft altijd ergens wel een of andere tiran of dictator. Iemand die gewoon verschrikkelijk geweld gebruikt tegen mensen, hen martelt, foltert of misbruikt. Hoe zit het dan met die mensen, met de slachtoffers van die dictators, van die beulen? Deze mensen hebben dan toch zeker wel een plaatsje in de hemel verdiend? En de daders, de dictators, de beulen, de massamoordenaars, de sadisten, de verkrachters die toch zeker niet! Die worden toch niet beloond, hè? Want goede mensen worden na hun dood beloond en slechte gestraft. Dat staat voor de meeste mensen als een paal boven water. Zou je denken, maar niemand die het weet. De vierde broer zei het zo tegen de martelende tiran: ‘Voor u echter zal geen verrijzenis tot een nieuw leven zijn’. Hij wist het dus. En daar moeten wij het uiteindelijk mee doen. En met de woorden en het vertrouwen van Jezus natuurlijk. Maar woorden schieten tekort om aan te geven hoe het er uitziet.

Misschien moeten we dat dan ook maar afwachten en ons drukker maken over het leven nu. Dat we er nu wat van maken. Dat wij nu ons best doen om dood, ellende en uitbuiting tegen te gaan. Wat we namelijk wel weten is dat God zelf af is gedaald om zijn verdrukte volk uit het slavenhuis te bevrijden, hen dus weg te voeren uit de dood naar het leven. Dat weten we uit het Uittochtverhaal. Toen wees Hij hen de weg naar het beloofde land: een samenleving gebaseerd op verbondenheid en op eerbied en aandacht voor de zwaksten. En dan is het duidelijk dat deze God niets te maken wil hebben met de booswicht van een koning uit de eerste lezing. Of met de booswichten uit de vorige eeuw of met die uit deze eeuw. En mensen die in Hem geloven, vertrouwend op Gods belofte, die vinden dan kracht en moed om het vol te houden ondanks de verschrikkelijke tirannen.

Maar welk vertrouwen op God kennen wij zelf dan? Vertrouwt ieder van ons er nog steeds op dat God ons opwacht over de grens van de dood heen? En hoe is het met onze verbondenheid met de doden? Geloven wij ten diepste dat zij leven voor het aangezicht van God? Wij vieren in elke eucharistieviering de verrijzenis. Hoe werkt dat in ons door? Met onze doop belijden wij dat we met Christus gestorven zijn en met Christus zijn opgestaan. Welke inhoud heeft die belijdenis voor ons? God openbaart zich vandaag in de lezingen opnieuw als een God van levenden. Het evangelie verkondigt in allerlei toonaarden de verrijzenis. Maar de apostel Paulus stelt wel dat wij standvastig moeten blijven in ons geloof en in onze hoop en liefde. Standvastig om niet te bezwijken voor de verleiding dat ons geloof nergens op slaat. ‘Is er ooit iemand teruggekeerd?’ wordt ons dan gevraagd. ‘Nou dan, daarom kan ik er niet in geloven’. Maar dan dienen wij te zeggen: Er is wel iemand teruggekeerd. Jezus! Jezus zelf is aan zijn volgelingen verschenen. Aan de vrouwen die Hem volgden, aan zijn apostelen en aan een hele grote groep leerlingen. En wij geloven dat de heiligen ons laten zien dat zij in Gods heerlijkheid zijn en daar voor ons bidden. Het vraagt dus met andere woorden wel om trouw en om doorzettingsvermogen van onze kant, ook om de woorden van het Onze Vader te blijven bidden: Breng ons niet in beproeving, maar verlos ons van het kwade.
Amen.

Amen.
© 2019 Sandor Koppers

Overweging 30e zondag door het jaar (C)

‘wat is bidden?’ en ‘Hoe moeten wij bidden?’

27 oktober 2019
Schriftlezingen: (Jezus Sir. 35,12-14.16-18 en Lc. 18,9-14)(C)

In aansluiting op vorige week vervolgt de evangelist vandaag zijn gebedscatechese met de vraag ‘wat is bidden?’ en ‘Hoe moeten wij bidden?’. Om te beginnen leerden wij vorige week dat we geduldig, volhardend moeten bidden om gerechtigheid. En vandaag gaat het over de ideale gebedshouding. Simpel gezegd betekent dit dat je niet moet denken dat je er al bent als je een beetje vroom weet te zijn. Dus enkel vroom zijn en voor mijn part elke dag de rozenkrans bidden is niet voldoende. Van belang is dat je ook je gedrag aanpast en wel zo dat anderen er beter van worden. En dat betekent concreet dat je zoveel mogelijk probeert te redeneren vanuit de ander. Wat heeft de ander nodig? Wat gaat er in hem om? Wat kan ik voor hem betekenen? Of hoe kan ik hem beter begrijpen en helpen? Dit soort vragen moeten je bidden en je gedrag sturen.

En dat is wat we nu juist niet zien bij de farizeeër. Natuurlijk, op zich is er niet veel op de man aan te merken. Hij doet zelfs meer dan de wet voorschrijft: hij vast vaker en geeft niet alleen een tiende deel van de oogst, maar ook van al zijn andere inkomsten. Voortreffelijk, zou je zeggen. Maar zijn fout is zijn borstklopperij, zijn zelfgenoegzaamheid. Hij is een beetje een egocentrisch figuur, hij begint altijd bij zichzelf. ‘God, ik dank U… ik vast en geef tienden’. Hij heeft het met andere woorden erg met zichzelf getroffen met als gevolg dat hij op zijn medemens neerkijkt en gewoon omdat hij het allemaal zo voortreffelijk doet, recht meent te hebben op betere plaatsen maar ook dus op beloning van Godswege.

En dit is zijn grote denkfout. God beloont namelijk geen prestaties. Want als het op prestaties aankomt, zijn wij waarschijnlijk allemaal hopeloze amateuristische prutsers. De farizeeër meent dat als hij nu maar precies doet wat voorgeschreven is, en zelfs ietsjes meer, dat het dan wel goed komt met hem. En dat is nu juist het grote misverstand. Gods liefde kun je niet kopen of verdienen, je kunt hem alleen maar dankbaar ontvangen. En zo’n ontvangende, in zekere zin kwetsbare houding zien we wel bij de door Jezus voorgestelde tollenaar. Op zich helemaal niet zo’n oplettende deugdzame burger, die tollenaar. Maar hij blijkt wel iemand te zijn die zich wel degelijk bewust is van zijn fouten en tekorten, van zijn zondigheid. En dat hij voor die fouten en tekorten ook veel vergeving nodig heeft. ‘God, wees mij zondaar genadig’, bad hij dan ook. En dat is dus de crux. Dat is waar het in de gebedscatechese die wij vandaag krijgen moeten leren. Zelfgenoegzaamheid, borstklopperij wordt genegeerd, jezelf kennen, weten wie je bent, bewust zijn van je fouten en gebreken dat wordt wel gewaardeerd. Iemand die zelfgenoegzaam is heeft een ander ook niet nodig, die redt het alleen wel. En God heeft hij al helemaal niet nodig. Maar iemand die beseft dat hij het niet alleen kan, die is van nature meer gericht op de ander. En als hij gelovig is op God.

Ik denk dat zo wel duidelijk is waar het in deze catecheseles over gaat. Een leerling van Jezus die bidt die kan dat alleen maar doen, die kan alleen maar bidden, vanuit een bewustzijn van zijn eigen kleinheid. Want wij zijn als het er op aankomt allemaal maar kleine mensen. En hoeven ons echt niet op de borst te slaan om onze grote verdiensten.

We kunnen het hier nu bij laten. Dan blijven we op de eerste laag in dit evangelie hangen. We kunnen echter ook proberen dieper te duiken, dat wil zeggen proberen die diepere lagen te zoeken en te ontdekken. Als je je namelijk bewust bent van je eigen kleinheid en zondigheid, dan heb je in je gebed ten diepste de wens dat God jou deze kleinheid en zondigheid vergeeft. ‘God, wees mij zondaar genadig’, bid je dan. Daar zit dus ook een stukje eigenbelang in.
Maar als we proberen die diepere laag te raken dan betekent dat dat wij zouden moeten proberen boven dat eigenbelang uit te stijgen en gaandeweg alleen nog maar bekommerd te zijn om het belang van de ander. Dan proberen we van de berouwvolle, verloren zoon, die o zoveel vergeving nodig heeft voor zijn fouten en tekorten en dat ook beseft, door te groeien in de vergevende vader. Aanvankelijk verlangden wij diep in ons hart alleen maar vergeving, troost, heling en feest voor onszelf, maar aangekomen op die diepere laag beseffen we dat wij die vergeving, troost, heling en feest ook kunnen geven, brengen aan een ander. En dan zijn er verbazingwekkende dingen mogelijk. Dan wordt het zelfs mogelijk om voor je beul te bidden. ‘Heer, vergeef het hun want zij weten niet wat zij doen’. Dan wordt je een soort plaatsbekleder van God die vol mededogen en vergevingsgezindheid kijkt naar wat een ander ten diepste nodig heeft. Dat is moeilijk hoor! Maar er zijn voorbeelden van mensen die dat stadium van leerling zijn hebben bereikt. Martelaren. Maximiliaan Kolbe, Titus Brandsma. Zelfs in de NAZI-concentratiekampen konden zij nog bidden voor hun vervolgers. Voor zichzelf baden ze allang niet meer, alleen nog maar voor de ander, zelfs voor hun beulen.

Op zo’n hoog niveau van leerling zijn van Jezus komen maar weinigen. Maar je weet nooit waar je in je leven ooit nog voor kunt komen te staan. Laten we hopen dat je dan in staat bent niet alleen te bidden voor jezelf, voor je eigen heil, maar ook voor het heil van de mensen om je heen, en zelfs voor het heil van je grootste tegenstander.

Amen.
© 2019 Sandor Koppers