Home » Posts tagged 'preek'

Tag Archive


aanmelden actie allerzielen bijbel Caritas catechese catechismus city singers collecte Concilie Corona cursus diaconie diner Eerste Communie encycliek Francisicus freedom fusie gebedskaart geloof gerarduskalender gezinsviering Goede Vrijdag heilig hart hemelvaart huwelijk informatie jongeren kerkbouw kersthappening Kerstmis kerstspel koren kruis kruisweg leesrooster lichtboog lichtpuntje Paaswake parochieraad pasen Pinksteren preek Vormsel

Overweging tweede zondag door het jaar

Chaotisch? Onrustig? Lijkt mij wel, hè!

16 januari 2021

Schriftlezingen: 1 Sam. 3,3b-10.19; 1 Kor. 6,13c-15a.17-20 en Joh. 1,35-41)(B)

Hoe zou u onze tijd karakteriseren? Chaotisch? Onrustig? Lijkt mij wel, hè! Vrijdag is het hele kabinet Rutte gevallen over de toeslagenaffaire. De grondbeginselen van de rechtstaat waren stelselmatig geschonden en ouders ongekend onrecht aangedaan. Als dat niet op chaos en onrust duidt?! Ondertussen is er een wereldwijde pandemie aan de gang en hangt ons misschien weer een verdere verzwaring boven het hoofd als er een avondklok wordt ingesteld. Nee, rustig de winter doorkabbelen is er niet bij.

De laatste weken staan de kranten en journaals vol over de bestorming van het Capitool in Amerika en over de vrijheid van meningsuiting en over het al of niet kunnen verspreiden van nepberichten en leugens en oproepen tot haat en geweld. Facebook en Twitter zijn stortplaatsen van alles wat mensen maar kunnen bedenken en kunnen uitkramen. En iedereen praat door elkaar. En iedereen praat langs elkaar heen. Niemand luistert echt naar wat de ander zegt.

Dus hoe zouden wij onze tijd kunnen karakteriseren? Als dor en droog op geestelijk gebied? Dor en droog was het in ieder geval in de tijd waarin het verhaal van de kleine Samuël zich afspeelde. Een tijd van chaos en verval. Een tijd ook van spirituele leegte. De zonen van de oude Eli hadden er een potje van gemaakt nota bene in het heiligdom waar de ark van het verbond werd bewaard. Iedereen deed wat hem goed leek. Het was crisis. Tegen die achtergrond speelt de roeping van de jonge Samuël. De mensen hadden lang niets van God gehoord. Ze hadden hoogstwaarschijnlijk andere dingen aan hun hoofd en leefden voor heel iets anders. En visioenen kwamen niet meer voor. En juist dat was een veeg teken volgens het boek der Spreuken, want ‘Waar het visioen ontbreekt, verwildert het volk’.

‘Waar het visioen ontbreekt, verwildert het volk’. Dus waar geen uitzicht, geen perspectief is op wat dan ook, daar heeft de toekomst niets te bieden. Dat geldt misschien voor een president Trump die tegen beter weten in zijn aanhang blijft opstoken. Maar dat geldt net zo goed voor de ambtenaren, politici en rechters die hier in Nederland beleid hebben gemaakt en uitgevoerd en hebben gecontroleerd. Misschien als een variant van een soort blindheid. Hoe dan ook. Het leidt tot verwildering en verloedering. En tot verbittering. En uiteindelijk zoals in Amerika vorige week zonneklaar tot dodelijk geweld.

Maar soms. Soms gebeurt er zomaar iets onverwachts. Terwijl niemand er rekening mee houdt, vindt er een wending plaats. In de eerste lezing zien we daarvan een voorbeeld. Midden in de nacht (letterlijk en figuurlijk) laat God van zich horen. Terwijl Hij de grote afwezige leek! God roept Samuël bij zijn naam. De jongen denkt dat zijn mentor hem roept en gaat naar hem toe. ´Ga maar slapen, jongen´, zegt de mentor Eli. En dit herhaalt zich drie keer. En dan realiseert mentor Eli zich dat het de Heer God moet zijn en hij zegt tot Samuël: ´Je moet zeggen: spreek Heer, uw dienaar luistert´.

Zoals ik al zei het was een en al dorheid en chaos, verwildering en verloedering. Maar ook een oorverdovend lawaai. En er was een complete sprakeloosheid aangaande het hogere en spirituele. Tot dat ene moment van inzicht van Eli.

We mogen wensen dat er nu ook mensen zijn die zo’n moment van inzicht hebben en dat willen delen met anderen. Vaak is de reactie in de trant van ‘Ga maar slapen, er is niets aan de hand’. Maar als christenen geloven we toch in een persoonlijke God die van ons houdt en ons kent. Zijn liefde voor ons is toch zo groot dat Hij ons niet zal laten vallen en ons niet zal roepen tot iets wat buiten ons vermogen ligt. Sterker nog. Hij heeft ons geschapen en kent onze diepste identiteit. Dit betekent dus ook dat de weg die Hij ons wijst een weg is die naar onze bestemming leidt. En een mens die zijn bestemming in het leven bereikt, is een gelukkig mens.

Onze levensweg wordt ons zelden rechtstreeks door God, door zijn persoonlijk ingrijpen gewezen. Zo van: God zei mij zus, of God toonde mij zo. Neen, meestal gaat het via een soort Eli of via een soort Johannes de Doper die Jezus aanwees waardoor Andreas Hem achterna ging. Of via volgeling Andreas zelf die zijn broer Petrus erop attendeerde dat zij ‘De Messias hadden gevonden’.

En zo kan het ook in het dorre en droge klimaat van onze dagen gaan. Dat een van ons, u of ik, een ander aanspreekt en zeg: ‘Is dat niet iets voor jou, lid worden van ons koor of van onze werkgroep?’. Of: ‘Is dat niet iets voor jou, diaken, priester of kloosterling worden?’. Het oproepen en beantwoorden van dit soort vragen is uiteindelijk alleen maar mogelijk als er in een parochie of in een gezin een sfeer is van gebed en geloof, van liefde tot God en tot de Kerk. Waar alles wordt afgekraakt of belachelijk gemaakt, of waar alles in twijfel wordt getrokken of waar constant leugens worden verspreid daar kan niet veel positiefs groeien. Dat tonen ons de recente gebeurtenissen.

Maar in feite zijn wij allemaal geroepen steeds meer mens te worden, zoals God ons geschapen heeft. Bidden wij dat wij een gelovige luisterbereidheid ontwikkelen voor Gods tekens in onze tijd, bidden wij om gelovige gezinnen, waarin jonge mensen een liefhebbende God leren kennen die van hen houdt en graag wil dat zij gelukkig zijn. En bidden wij om gelovige, spirituele parochies waar de vraag naar wat doe je met je leven, word je arts, leraar of boekhouder, even normaal wordt gevonden als de vraag of je soms priester, diaken of kloosterling wilt worden. Want met name daaraan heeft de Kerk zo’n behoefte: aan mensen zoals Eli, zoals de Johannes de Doper of als Andreas die vol enthousiasme getuigen van hun geloof in God. God als het grote toekomstperspectief voor u en mij.

Amen.
© 2021 Sandor Koppers

Overweging Doop van de Heer

Een mens wordt mooier als hij zichzelf klein maakt. Wie van ons heeft deze uitspraak altijd tot zijn levensmotto gehad?

9 januari 2020

Schriftlezingen: Jes. 42,1-4.6-7; Hand. 10,34-38 en Mc. 1,7-11)(B)

Een mens wordt mooier als hij zichzelf klein maakt. Wie van ons heeft deze uitspraak altijd tot zijn levensmotto gehad? We vinden het tenslotte altijd makkelijker om te vertellen over onze successen, over hoe goed we het doen en hoe goed we het zien, dan over onze minder geslaagde acties te praten. Slechte rapporten en beoordelingen gooien we liever onderweg naar huis in de sloot of in de bosjes. Toch zijn er die slechte rapporten en die miskleunen in ieders leven, in het groot en in het klein. En ook al gooi je ze over de heg of stop je ze in de onderste la, ze blijven aanwezig in je leven. Je komt er niet zomaar van af. Behalve… Behalve wanneer je je fouten en misstappen echt onder ogen ziet, je niet groter maakt dan je bent en je aan God wilt toevertrouwen. Dan, dan gebeurt er wat…

Het kleine kind van de Kersttijd is volwassen geworden. En dan komt Johannes de Doper op het toneel. Hij is een populaire boetepredikant, mensen stromen van alle kanten naar hem toe. Volgens hem was het oordeel van God nabij en hij riep de mensen op tot bekering. Door zich te laten dopen, worden de zonden uitgewist en toonde men dat men anders wilde leven, zei hij maar steeds. Je moest alleen een juiste houding tegenover God willen aannemen. Johannes doopte door onderdompeling in de Jordaan. Zijn volgelingen kwamen vooral uit Judea en Jeruzalem en zo kreeg hij de bijnaam ‘de doper’. Maar Johannes verkondigde dat na hem iemand zou komen die sterker en waardiger is dan hij. De profeet ziet zichzelf als nietig, niet eens waardig om de riemen van de sandalen van degene die zal komen, los te maken. En deze zal niet met water dopen maar met de heilige Geest. En dan lezen we dat in die dagen Jezus uit Nazareth naar Johannes toe komt. Johannes is de man die de mensen voorbereidt om Jezus te kunnen ontvangen. Hij die zelf uiterst bescheiden was, die niet naar zichzelf wees of jaloezie of haat kende. Hij beklemtoonde in alles zijn eigen beperkte betekenis. ‘Na mij komt die sterker is dan ik. Ik ben niet waardig…’. Je moet naar Hem gaan. Hij geeft je iets mooiers en beters dan ik!

Hoe anders is dat dan wat de hele wereld deze week weer heeft gezien in Amerika? Hoe een president hordes en meutes vandalen en criminelen en ander uitschot ophitste om nota bene een parlementsgebouw te gaan bestormen! En hoe hij jarenlang leugens en haat over een compleet volk uitstrooide en door miljoenen mensen nog geloofd werd ook. Het is met geen pen te beschrijven! En dan te bedenken dat er ook miljoenen christenen achter hem aanliepen en aanlopen. Terwijl toch een van de meest fundamentele aspecten van het christelijk geloof is dat je geen kwaad met kwaad mag vergelden, maar dat je moet doen zoals God zelf en altijd moet proberen de ander de hand te reiken. Kloven te dichten, bruggen te slaan. Het beeld dat de Bijbel ons schetst is dat van een God die beledigd wordt, die geraakt wordt in zijn liefde voor ons door onze onverschilligheid, onze zonden en haat en dan toch ons oproept, uitnodigt om naar Hem toe te komen en andere wegen te gaan, zoals we hoorden in de eerste lezing uit de profeet Jesaja. En Gods ultieme antwoord op al het kwaad en de ellende die Hij ziet, is dat Hij zelf komt, zich klein maakt, mens wordt, de nederigste plaats inneemt. Langs die weg probeert Hij de wonden van de zonden te genezen.

En dat is ook de weg die wij moeten gaan. De basis van onze open democratische samenleving is dat je moet handelen met respect voor de overtuiging van andere mensen. De tegenstander is slechts iemand met andere ideeën; hij is geen vijand. Precies het omgekeerde werd jarenlang, ook al voor Trump, gezegd en geschreven. Het gevolg is dat er een land is ontstaan dat tot op het bot is verdeeld en waar bevolkingsgroepen compleet in parallelle werelden langs elkaar heen leven en het op elkaar gemunt hebben. Elkaar willen vernietigen.
Het is dus uiterst belangrijk dat mensen in Amerika, maar eigenlijk overal, ook hier in Nederland, hun stem laten horen tegen onverdraagzaamheid en geweld en polarisatie. Morele helderheid zou je dat kunnen noemen. Staan voor onze democratische rechtstaat, onze instituties en vrije pers en wetenschap. Zoals die ene functionaris die ondanks de immense druk en intimidatie van zijn partijgenoten en nota bene van zijn eigen president pal bleef staan voor het resultaat van de verkiezingen ondanks dat zijn partij verloren had. Deze helderheid zullen we hard nodig hebben. Opstaan dus tegen extreem-rechts populisme, oog hebben voor de kleinen en zelf klein durven zijn. Een mens wordt zoveel mooier als hij zichzelf klein maakt. En bij God is hij ook in zijn kleinheid welkom. Want dan ga je de weg van je doopsel. Precies daar, in de erkenning van je eigen kleinheid, in het loslaten van je eigen belangrijkheid, in eenvoud en dienstbaarheid. Daar ligt de basis voor het respect voor anderen, voor echte verdraagzaamheid en respect. Door het doopsel dat door ons in ontvangen en dat wordt beleefd naar het voorbeeld van Jezus zijn wij kind van God en wordt het paradijs hersteld. Wie de minste kan zijn vindt vaak een uitweg uit een negatieve spiraal.
Amen.

© 2021 Sandor Koppers

Overweging Hoogfeest Openbaring des Heren

Een grote dag voor alle christenen is het feest van de Openbaring des Heren

2-1-2021

Schriftlezingen: Jes. 60,1-6; Ef. 3,2-3a.5-6 en Mt. 2,1-12)(B)

Een grote dag voor alle christenen is het feest van de Openbaring des Heren, met de drie wijzen uit het Oosten die na de arme herders het Kind bezoeken en die ons duidelijk maken dat de geboorte van Jezus van universele betekenis is. De drie wijzen symboliseren de verschillende rassen en talen en volken en leeftijden, de een jong, de ander van middelbare leeftijd en een senior. Zo wordt ons aangegeven dat Jezus Christus voor iedereen geboren is: rijk en arm, oud en jong, van welke huidskleur of afkomst we ook zijn. Jezus Christus, de Verlosser, is er voor iedereen; dit Kind werd geboren voor allen; niemand is te slecht, te goed, te dik, te dun, te zus of zo, nee, ieder mens wordt uitgenodigd, opgeroepen Hem te aanvaarden, Hem na te volgen, zijn boodschap en Hemzelf in het hart te sluiten.

Met Kerstmis vierden we dat God ons menselijk bestaan heeft aanvaard, radicaal en voorgoed. De menswording van Jezus is een definitieve keuze. Jezus is iemand die altijd van ons zal houden, wat er ook gebeurt. Hij kent ons door en door, want Hij is zelf mens. In alles aan ons gelijk, behalve in de zonde.

Maar we ervaren allemaal dat het niet zo gemakkelijk is in onze tijd om deze blijde boodschap door te geven. Bijna iedereen heeft de ervaring dat kinderen, kleinkinderen, broers en zussen, neven en nichten, vrienden en kennissen heel vaak het geloof in Jezus en de Kerk zijn kwijt geraakt. Dat is helaas een van de karaktertrekken van een geseculariseerde en ontkerkelijkte samenleving. En hoewel wereldwijd het percentage gelovige mensen constant stijgt, is dat in ons land en in West-Europa niet zo. Niemand twijfelt aan het bestaan van koningen en farao’s van lang geleden, maar als het om feiten gaat die met geloof en Kerk te maken hebben, wordt dat vaak afgedaan als sprookjes.

Wij zullen dus moedig moeten zijn om voor ons geloof uit te komen. We krijgen het geloof niet meer doorgegeven door scholen of door een gelovige sfeer in de maatschappij. Geloven is tot de privésfeer teruggedrongen. Het wordt dan ook steeds meer een persoonlijke ontdekkingsreis, zoals dat was bij de wijzen uit het Oosten.

De evangelist Matteüs haakt aan bij zo’n ontdekkingsreis en richt zich daarbij vooral op de vraag: ‘Wie gaat meedoen in het levensverhaal van Jezus van Nazareth?’ Wie wil erbij horen? Hij laat zien hoe Jozef daar zijn plaats in gaat innemen door de naamgeving van Jezus en hij laat zien hoe mensen van verre –‘uit het Oosten’- daar een rol in gaan spelen. Er worden dus grenzen overschreden. Maar Matteüs laat daarnaast ook het tegenbeeld zien in de persoon van Herodes die het kind Jezus wil doden. En in de hogepriesters en de Schriftgeleerden tekent Matteüs nog een derde reactie: mensen die niet door Jezus geraakt willen worden.

Matteüs vertelt over een aantal magiërs – hij noemt geen concreet aantal – die een ster gaan volgen. Zij hebben daar een bijzondere betekenis in ontdekt. Die ster vertelt hun over een pasgeboren koning van de Joden. Zij zijn een onbekend avontuur, een onbekende toekomst tegemoet gegaan, erop vertrouwend dat zij geleid zouden worden en zouden komen waar zij wezen moesten. Zij durven dus van hun plaats te komen, vaste kaders los te laten, op zoek te gaan.

Zij zoeken het koningskind ten paleize, de in hun ogen aanvankelijk meest waarschijnlijke vindplaats. Maar zij treffen een vorst die van niets weet. Hij schrikt. En heel Jeruzalem met hem. Deze vermelding van Matteüs wordt begrijpelijk tegen de achtergrond van wat de historicus Josephus Flavius over hem vertelt namelijk dat Herodes een zeer achterdochtig man was, bang dat mensen hem zijn macht zouden afnemen.

Herodes laat dan ook een groot aantal geestelijke leiders komen om van hen te vernemen waar de Messias geboren zou worden. We zien meteen de tegenstelling. De magiërs informeren naar een koningskind, Herodes vraagt naar de geboorte van de Messias. Hij voelde zich kennelijk meteen al bedreigd door de bijzonderheid van de pasgeborene. Inmiddels is het dan al de vijfde keer dat de term ‘Christus’ wordt gebruikt in het evangelie (1,1.16.17.18). Het is de bedoeling van Matteüs om aan te geven dat Jezus deze langverwachte Godsgezant is.

Dan treedt Herodes opnieuw in gesprek met de magiërs. Hij laat hen met een opdracht naar Bethlehem gaan. Ze moeten op zoek gaan naar het kind en hem daarna verslag komen doen, opdat ook Herodes het kind kan gaan eren. Nadat de magiërs zijn weggegaan, leidt de ster hen verder. Zij vinden het kind en zijn moeder Maria. Jozef blijft ongenoemd. Matteüs spreekt van hun grote vreugde, zoals ook in Jesaja 60 van vreugde sprake is. Zij hebben het gevonden!

De vindplaats is een huis. Dat verschilt van Lucas. De magiërs eren het kind met hun meegebrachte geschenken: goud, wierook en mirre. Zoals ook de koningen uit Psalm 72 de vorst van Psalm 72 met geschenken komen vereren. We kennen de eerste twee geschenken uit Jesaja 60, als geschenken van de volken. Matteüs voegt mirre toe. De mirre komt helemaal aan het eind van het Matteüsevangelie terug, bij de zalving door een vrouw. Door Jezus met mirre te zalven bereidt zij zijn begrafenis voor. Daar preludeert Matteüs hier op.

En opnieuw wordt van Hogerhand in een droom ingegrepen in de gebeurtenissen. Zo wordt de pasgeborene beschermd. De magiërs gaan niet meer bij Herodes langs. Zij zijn andere mensen geworden. En wij? Worden wij ook andere mensen? En willen wij op deze persoonlijke ontdekkingsreis?

Amen.
© 2021 Sandor Koppers