Home » Posts tagged 'preek'

Tag Archive


aanmelden actie allerzielen bedevaart bijbel Caritas catechese catechismus city singers collecte Concilie creatief cursus diaconie diner Eerste Communie encycliek Francisicus freedom fusie gebedskaart geloof gerarduskalender gezinsviering heilig hart hemelvaart huiszegen huwelijk informatie jongeren jubileum kerkbouw kersthappening Kerstmis kerstspel koren kruis kruisweg leesrooster lichtboog lichtpuntje luminoso parochieraad pasen preek

Overweging 2e zondag door het jaar A

Katholiek Nederland staat aan de vooravond van een groot renovatieproces.

19 januari 2020
Schriftlezingen: Jes. 49,3.5-6 en Joh. 1,29-34(A)

Katholiek Nederland staat aan de vooravond van een groot renovatieproces. Ik heb daar al meerdere keren over gepreekt. En er zijn verschillende boeken over dit thema verschenen. Daarnaast wordt er eind maart een conferentie over georganiseerd die helemaal volgeboekt is. Katholiek Nederland heeft de afgelopen tien, twintig, dertig jaar getracht om de boel te redden door wat met de meubels te schuiven. Helaas is schuiven met meubels niet meer afdoende. Er moet nu echt gerenoveerd worden. In dat woordje renoveren zit het woord vernieuwen. De boel moet dus vernieuwd worden, grondig vernieuwd worden, want de oude structuren zijn tot op de draad versleten. De oude parochies hebben hun tijd gehad. De parochies die de volkskerk zoveel jaren konden huisvesten zijn voorbij. Nu moet onze focus heel ergens anders gaan liggen. Waar we de afgelopen jaren vooral met onszelf bezig zijn geweest, en dat geldt zeer zeker ook voor Almere, moeten we nu onze nieuwe kerk in de loop van dit jaar in gebruik wordt genomen ons meer richten op de buitenwereld.

De Canadese priester James Mallon schrijft in zijn boek ‘Als God renoveert’ dat de katholieke kerk een identiteitscrisis heeft. Ze weet niet meer waartoe zij op aarde is. Dus wat haar taak is. Mallon stelt dat de belangrijkste taak van de kerk is: gaan, maken, dopen en leren. En van die taken is ‘leerlingen maken’ de kern, waar de andere drie omheen draaien, het gaan, dopen en het leren. We hebben de afgelopen eeuwen ontzettend veel missiereizen gemaakt, we hebben praktisch het hele onderwijs in al die landen op poten gezet, ook hier in Nederland hebben wij, katholiek en niet-katholiek leren lezen met methodes van de fraters van Tilburg! We hebben prachtige handboeken volgeschreven over hoe wij onze sacramenten en rituelen moeten vieren. Maar waar we het meeste mee worstelen is dat wat de absolute kern van de opdracht van Christus aan de kerk is: leerlingen maken.

Op een of andere manier zit dat niet zo in ons. Voelen we een soort verlegenheid en doet dat ons denken aan Jehova’s getuigen. Toch is dat een grote misvatting. We moeten spreken over Jezus, we moeten praten over ons geloof. Er is alleen de lastige waarheid dat velen van ons Jezus nooit persoonlijk hebben leren kennen en dus ook niet naar Hem hunkeren. En nu dwang en angst zijn weggevallen, blijven velen weg en sommigen al jaren lang. Wat kunnen we daaraan doen? Wat pausen vanaf Paulus VI tot nu toe ons voorhouden: nieuwe evangelisatie. Onze identiteit herontdekken en de kern van onze opdracht opnieuw centraal stellen in alles wat we doen teneinde een kerk van leerlingen te worden die uitgaat om leerlingen te maken van alle volken. Het goede nieuws vertellen niet alleen aan matig geïnteresseerden of afgehaakte katholieken, maar aan allen die Christus en zijn kerk niet kennen. We zijn geroepen om naar de randen van de samenleving te gaan, naar de armen, de rijken, de kwetsbaren en degenen die zich verstopt hebben in hun ommuurde gemeenschappen. We zijn geroepen om te gaan.

En we zijn daartoe toegerust. Door ons doopsel en vormsel zijn wij kinderen van God geworden. Dit betekent dat wij enerzijds mogen delen in de dood én de verrijzenis van de Heer, maar anderzijds ook in zijn zending om in de voetsporen van Christus te gaan. Vaak vertalen we dat met goed doen voor de naasten.

Maar daarmee zijn wij nog niet klaar. Want naast deze diaconale kant van Jezus kennen we Hem ook als degene die eropuit trok om zieken te genezen, onderricht te geven en het Rijk Gods te verkondigen. En dat wordt ook van ons gevraagd. Maar hoe dat moet vinden we o zo moeilijk!

En dat is het ook. Niemand van ons kan het geloof uitdragen of verkondigen. Tenminste niet op eigen kracht! Want daar zit hem juist de crux! Wij mensen zijn niet in staat om te getuigen van Gods liefde, als we die niet eerst ontvangen hebben. En niemand van ons kan begeesterd spreken over geloof, tenzij we de heilige Geest ontvangen hebben. En niemand kan verkondigen dat het Koninkrijk van God komende is, als we niet eerst zelf iets daarvan ervaren hebben. We kunnen dat alleen in verbondenheid met Jezus in de kracht van de heilige Geest. Verbondenheid met Jezus! En om die verbondenheid met Jezus te verdiepen en te voeden moeten we eerst luisteraars worden. Luisteraars worden naar de heilige Geest. Dat zou de grondhouding moeten zijn van iedereen: in stilte en in gebed de Heer Jezus vragen welke wegen wij moeten gaan. Naar Hem luisteren en luisteren naar de naasten in nood. Mallon nodigt parochies dan ook uit om gebedsgroepen op te richten, om stille aanbidding aan te moedigen om zodoende een middel aan te bieden dat mensen in de gelegenheid stelt om bij Jezus te komen, om te mediteren, om te luisteren wat de Geest hen influistert.

Maar ook stelt Mallon dat de wekelijkse eucharistieviering het brandpunt moet zijn van de gemeenschap. Ik kom daar later nog op terug. Over hoe de kerk een betekenisvolle gemeenschap moet zijn voor mensen, waarin God en mens centraal staan. En hoe gebed en eucharistie de motor moeten zijn van waaruit alles gebeurt.

U kunt zo dadelijk ook de eucharistie ontvangen. In de eucharistie wil Jezus ons voeden en sterken met zijn Lichaam en Bloed, gegeven aan ons, uit liefde voor ons. Moge het van ons dan ook waarachtige getuigen maken van het licht in de wereld.

Amen.
© 2020 Sandor Koppers

Overweging Doop van de Heer

Er is ter wereld dan ook geen dal zo diep als het Jordaandal ter hoogte van Jeruzalem

12 januari 2020
Doop van de Heer (Mt. 3,13-17)Schriftlezingen: Jes. 42,1-4.6-7 en Mt. 3,13-17 (A)

De rivier de Jordaan ontspringt boven op de berg Hermon, zo’n driehonderd meter boven de zeespiegel. De Jordaan is 360 kilometer lang en mondt via een enorm verval uit in de Dode Zee. Het niveau van die binnenzee ligt 390 meter onder het niveau van de Middellandse Zee. Er is ter wereld dan ook geen dal zo diep als het Jordaandal ter hoogte van Jeruzalem. En de rivier: je hebt er niet zoveel aan. Hooguit geschikt om te dopen.

En bij die rivier staat Jezus in de rij tussen mensen die zijn gekomen om zich te laten dopen. Anoniem wachtend tussen de zondaars die zich willen bekeren, tussen de stumperds die vastgelopen zijn in het leven en tussen de mensen die een nieuw leven willen beginnen. Het is de allerlaagste plek van de hele wereld, dieper kan een mens op deze aarde niet afdalen; lager bestaat niet. Hier op deze plek toont Jezus zich solidair met al die mensen op deze wereld die er niet zoveel van terecht brengen, die aan lager wal zijn geraakt, maar die diep in hun hart toch zo graag anders zouden willen doen.

Ten diepste moet dat ook onze motivatie zijn om gedoopt te willen worden. Als wij nog niet gedoopt zouden zijn dan zouden we dat moeten willen om die reden. Dat wij op een of andere manier hulp nodig hebben, redding, bevrijding, vergeving. Bevestiging. En dat wij die hulp van God verwachten. Althans zo zou het moeten zijn. Maar de meesten van ons zijn als baby gedoopt, ongevraagd hebben onze ouders ons naar de kerk gebracht en ons laten dopen. We hebben er geen persoonlijke herinneringen aan, er zijn hooguit wat foto’s of films, meer niet. En de mensen die ons toen ten doop hielden, in veel gevallen zijn die er al niet meer.

Daarom is het goed dat wij op het feest van de Doop van de Heer uitdrukkelijk worden herinnerd aan ons doopsel en aan al datgene wat eraan verbonden is. Want er is nogal wat aan het doopsel verbonden. Het staat voor een compleet program. Het is de kern, het is de bron van ons leven als christen.

Wat zagen en hoorden wij zojuist? Dat Jezus bevestigd wordt wie Hij is en dat Hij na zijn doop begint met het verkondigen van de blijde boodschap. Het is dus een bevestiging en een begin. Een bevestiging want toen Jezus uit het water opstond, zag Hij de Geest neerdalen en hoorde Hij de stem van de Vader die zei: ‘Jij bent mijn Zoon, mijn veelgeliefde, in wie Ik welbehagen heb’. Woorden om even bij stil te staan. Woorden van bevestiging. Jezus is de geliefde Zoon van God. Velen van u zijn ouders van kinderen en grootouders en wij zijn allemaal kind van ouders geweest, dan weet u hopelijk uit ervaring hoe groot de liefde van ouders voor hun kinderen is. Zo’n liefde, en dan nog veel meer, geeft Jezus de kracht om het land door te trekken en uiteindelijk tot het uiterste te gaan om aan iedereen bekend te maken waartoe Hij gezonden was.

En wat doet Jezus nu door zich te laten dopen? Hij was toch zonder fout of tekort, Hij had de doop om die reden toch helemaal niet nodig. Dus waarom zou Hij zich moeten aansluiten in de grote rij van zondaars die zich bij Johannes meldde? Dat was voor Johannes ook een vraag. En toen zei Jezus: ‘Zo moet het zijn, het is passend’, want door zich te laten dopen wees Jezus ons de weg naar het doopsel. Hij heeft het ons voorgedaan. Zijn doopsel is het oerbeeld van ons doopsel. Want in het doopsel worden wij schoongewassen, al wat fout is aan onze mensengeschiedenis wordt afgespoeld. Maar dat niet alleen: ook wij worden bevestigd, wij ontvangen vervolgens ook genade, kracht van de heilige Geest.
Want ook voor ons zijn de woorden waar: ‘Jij bent mijn veelgeliefde’. In het doopsel worden wij de veelgeliefde kinderen van God.

Ons doopsel is dus een bevestiging, maar ook een begin. Een begin van het echte werk. Met de doop van Jezus begon zijn verkondiging, zijn genezingen en zijn lijden, sterven en verrijzen. En met ons doopsel zijn wij ook geroepen te verkondigen, te genezen of anders gezegd dat koninkrijk van God dichterbij te brengen. Niet met stemverheffing en geweld, het geknakte riet niet breken, de kwijnende vlaspit niet doven, maar door binnen onze eigen mogelijkheden heilzaam te zijn voor de zieken in onze straat, de verdrukten in onze stad, de gevangenen in ons land en de armen in onze wereld. Gerechtigheid vervullen: een leven leiden naar Gods bedoeling.

Het is duidelijk dat als iedere gedoopte zijn doopsel zo zou beleven en daar zo werk van zou maken, dat de wereld dan echt verandert. En voor elke mens heeft deze opdracht een andere vorm. Maar iedere gedoopte is ertoe geroepen te laten zien dat christen-zijn een verschil maakt. En laat hij zich daarbij gedragen en gesteund weten door de kracht van Gods Geest die hij in het doopsel ontvangen heeft. Dat tegen hem of haar is gezegd: ‘Jij bent mijn veelgeliefde. Ik heb vertrouwen in je’. Die liefde van God is onze belofte, die liefde met de wereld delen is onze opdracht.

Amen.
© 2020 Sandor Koppers

Overweging Hoogfeest Heilige Familie

En weer staat Jozef op, en vestigt zich dan met Maria en Jezus in Nazareth.

29 december 2019

Schriftlezingen: Jesus Sirach 3,2-6.12-14 en Mt. 2,13-15.19-23(A) 

‘Sta op’, zegt de engel, en Jozef vlucht met Maria en de kleine Jezus naar Egypte, want koning Herodes tracht het kind te doden. Wanneer een tijd later Herodes dood is, zegt de engel opnieuw: ‘Sta op’, en Jozef keert terug naar Israël om zich met zijn familie te vestigen in Judea. Maar opnieuw wordt hij in een droom van Godswege gewaarschuwd dat het kind ook daar niet veilig zal zijn. En weer staat Jozef op, en vestigt zich dan met Maria en Jezus in Nazareth.

Hoe het de heilige familie is vergaan op de vlucht naar Egypte, we weten het niet. Hoe ze het verblijf in dat vreemde land hebben ervaren, de evangelist vertelt het ons niet. Hoe ze uiteindelijk de repatriëring beleefd hebben, we kunnen er slechts naar gissen. We lezen alleen maar dat Jozef telkens opnieuw gehoorzaamde aan wat hem van Godswege werd ingefluisterd. Steeds weer stond hij op en ging. En wat Maria betreft, hoe vaak zal zij onderweg gebeden hebben ‘Mij geschiede naar uw woord’? En wat er geschiedde, was allerminst gemakkelijk! In tien verzen schildert de evangelist de vreselijkste dingen die een jong gezin maar kunnen overkomen en tocht ademt het geheel een ongelooflijk vredige sfeer. Ver weg van huis, maar toch de goede sfeer bewaard.

Wanneer wij deze episode uit het evangelie lezen, dan kan het niet anders of wij moeten denken aan al die gezinnen, al die mensen die in onze dagen op de vlucht zijn of die moeten leven in overvolle vluchtelingenkampen, denk aan de Griekse eilanden, aan Syrië en aan de Centraal Afrikaanse Republiek of Myanmar. Ontheemd, gespleten, gebukt onder het gewelddadige verlies van een of meer familieleden, leven mensen soms generaties lang in onmenselijke omstandigheden.

Maar soms, soms sta je ervan te kijken hoe gezinnen of families ondanks alles kunnen opkrabbelen, net als het gezin van Jozef en Maria. Ongelooflijk toch? Komt dat doordat ze – als Jozef – aandachtig luisteren naar wat hun van Godswege wordt ingefluisterd? Komt dat doordat ze – als Maria – leven vanuit het niet stuk te krijgen geloof in Gods voorzienigheid? Komt dat door de manier van omgang met elkaar? Jozef zorgzaam wakend, Maria de moeder met het grote hart en Jezus die tot op het kruis voor zijn moeder zorgdraagt als Hij haar toevertrouwd aan Johannes, de geliefde leerling. Zo ver van huis en zo diep in de problemen en toch maar hopen en geloven dat het goed komt. Er zijn anno 2019 nog tal van die gezinnen!

Of putten ze uit een nog oudere bron, een nog ouder verhaal dat de mensheid is overgeleverd? Want er is een heel frappante overeenkomst tussen die evangelieverhaal en de geschiedenis van Mozes. Een wrede farao wilde alle mannelijke eerstgeborenen doden. Een wrede koning wilde alle jongetjes onder de twee jaar vermoorden. Mozes ontsnapte op wonderbaarlijke wijze aan die kindermoord. Jezus ontsnapte op wonderlijke wijze aan de handen van Herodes. Mozes ging terug naar Egypte toen het gevaar geweken was. Jezus kon door zijn ouders naar Israël teruggebracht worden toen voor Hem het gevaar geweken was. Van verre teruggekomen!

In de visie van Matteüs zijn de vlucht van Maria, Jozef en Jezus naar Egypte en hun terugkeer naar het land Israël geschied om Jezus als de nieuwe Mozes te kunnen portretteren. Jezus, de nieuwe Mozes die het volk uit de slavernij zal bevrijden.
En soms betekent dat: vluchten, de doodsbedreiging uit de weg gaan, je niet inlaten met dat wat het op je leven gemunt heeft. Vluchten, zoals Mozes deed, naar het verre Egypte en zoals Jozef deed naar het verre Egypte. Maar soms betekent dat ook: teruggaan naar waar je vandaan kwam, naar waar je thuishoort, terugkeren op je schreden, daarheen gaan waar je een taak te vervullen hebt. Van verre teruggekomen.

Maar altijd betekent het: luisteren naar wat je van Godswege wordt ingefluisterd. Zoals Mozes. Zoals Jozef. ‘Sta op, neem het kind en zijn moeder, en vlucht naar Egypte’, en ‘Sta op, neem het kind en zijn moeder en trek naar het land Israël’. En altijd betekent dat: jezelf durven overgeven aan Gods voorzienigheid.

Maar nooit betekent het zoiets als: Gods water over Gods akker laten lopen of werkeloos de dingen ondergaan zoals ze gaan. Of je verstand uitschakelen. Dat deed Mozes niet. Dat deed Jozef niet. Zouden er dan helemaal geen zorgen zijn geweest of slapeloze nachten? Natuurlijk waren die er. Maar uiteindelijk was er na al die slapeloze nachten, na al het wikken en wegen voor hem maar een conclusie: wij moeten hier weg, God wil het.

Hoogstwaarschijnlijk hetzelfde als op dit moment gebeurt bij al die mensen die nu besluiten om op de vlucht te slaan.

Amen.
© 2019 Sandor Koppersdecember